Kennis delen. Samen verder.
Het kabinet wil dat Nederland meer grip krijgt op kunstmatige intelligentie. Met de op 6 november gepresenteerde kabinetsvisie ‘Kiezen voor AI voor iedereen’ wil Nederland meer richting geven aan de ontwikkeling en toepassing van AI. We moeten minder afhankelijk worden van wat grote technologiebedrijven in Amerika en China bepalen.
Daar kan ik me in vinden. We worden steeds afhankelijker van een beperkt aantal bedrijven die de technologie ontwikkelen en beschikbaar stellen. Maar als ik naar de plannen kijk, vraag ik me af hoeveel invloed Nederland daadwerkelijk kan krijgen. De ontwikkelingen gaan snel en de praktijk loopt vaak al vooruit op beleid en regelgeving. Tegen de tijd dat we afspraken hebben gemaakt, zijn de mogelijkheden alweer veranderd.
Eigen technologie, maar hoe onafhankelijk zijn we?
Ook wordt onderzocht of er een Nederlands AI-veiligheidsinstituut moet komen. Dat is een goede stap, al moeten we realistisch blijven. De belangrijkste AI-modellen en een groot deel van de benodigde technologie zijn in handen van internationale bedrijven. Dat verandert niet zomaar.
Ik zie bij organisaties dezelfde beweging. Steeds meer werkzaamheden en informatieprocessen worden ingericht rond commerciële AI-platforms. Dat levert gemak en tijdwinst op, maar creëert tegelijkertijd een nieuwe afhankelijkheid. Wie zijn processen en kennis eenmaal op zo’n platform heeft ingericht, stapt niet zomaar over naar een alternatief. Dat is ook een vorm van digitale afhankelijkheid waar we over moeten nadenken.
Productiviteitswinst is niet het hele verhaal
Een belangrijk doel van het kabinet is om met AI de economie en productiviteit te versterken. Dat klinkt logisch. Ook binnen organisaties zie ik volop mogelijkheden om werkzaamheden slimmer in te richten. Toch is productiviteitswinst voor mij niet automatisch hetzelfde als vooruitgang.
Als AI werkzaamheden overneemt, wordt de vrijgekomen tijd dan gebruikt om beter werk te leveren? Of is het vooral een aanleiding om met minder mensen hetzelfde werk te doen? Dat verschil is behoorlijk groot voor de mensen die ermee te maken krijgen.
Functies veranderen en kennis die vandaag waardevol is, kan morgen alweer minder relevant zijn. Dat vraagt veel van werknemers, maar ook van organisaties. Zij moeten verder kijken dan alleen de besparing die AI op korte termijn oplevert.
Wie begrijpt nog wat AI doet?
Het kabinet wil dat mensen grip houden op AI. Dat klinkt vanzelfsprekend, maar in de praktijk wordt dat steeds lastiger. AI-systemen geven niet alleen antwoorden, ze kunnen ook zelfstandig taken uitvoeren en vervolgstappen zetten.
Daarmee verandert de rol van mensen. We controleren steeds vaker het resultaat van een proces dat we zelf niet volledig hebben uitgevoerd. Vanuit mijn achtergrond in BI en data vind ik dat een belangrijk aandachtspunt. We besteden veel aandacht aan datakwaliteit, herkomst van informatie en de betrouwbaarheid van rapportages. Bij AI zouden die uitgangspunten minstens zo belangrijk moeten zijn.
Als we niet meer kunnen achterhalen waarop een antwoord of beslissing is gebaseerd, wordt het ook moeilijker om de uitkomst te beoordelen. En als er iets misgaat, moet duidelijk zijn wie daarvoor verantwoordelijk is.
Ook burgers moeten kunnen meepraten
Het kabinet wil burgers in 2027 en 2028 betrekken bij de discussie over de kansen en grenzen van AI. Dat vind ik een goed initiatief. Ik hoop alleen dat het niet bij meepraten blijft. AI raakt inmiddels ook mensen die er zelf nauwelijks bewust gebruik van maken. Denk aan onderwijs, informatievoorziening en de manier waarop de overheid diensten aanbiedt.
Daarom vind ik AI-geletterdheid zo belangrijk. Het gaat niet alleen om leren werken met ChatGPT of Gemini. We moeten ook begrijpen waar informatie vandaan komt, hoe betrouwbaar antwoorden zijn en wanneer we zelf kritisch moeten blijven. Dat vraagt om meer aandacht in het onderwijs, op de werkvloer en bij de overheid.
De plannen zijn er. Nu de uitvoering nog.
Ik vind het positief dat het kabinet meer aandacht heeft voor de positie van Nederland. De ambities zijn duidelijk, maar veel moet nog worden uitgewerkt. Ondertussen gaan organisaties gewoon door met het invoeren van AI en worden we steeds afhankelijker van de mogelijkheden die internationale bedrijven aanbieden.
Daar zit voor mij de belangrijkste uitdaging. We moeten voorkomen dat de technologische ontwikkeling sneller gaat dan ons vermogen om er verstandige keuzes over te maken.
Nederland wil meer grip op AI. Dat lijkt me verstandig. Maar uiteindelijk zal moeten blijken hoeveel van die regie we daadwerkelijk kunnen waarmaken.
Bronnen:
Rijksoverheid – Kabinet kiest voor AI die Nederland vooruithelpt
Tweede Kamer – Kabinetsvisie op Artificial Intelligence
Open Overheid – Volledige kabinetsvisie (28 pagina’s)
Binnenlands Bestuur – Kabinet wil eigen AI-koers, maar de VS en China zijn nooit ver weg

